12 juli 2007
Ons hondje gaat Aaron heten. Met dubbele A. Daar was ik nog niet zeker van, maar sinds gisterenavond wel. Het wordt dus Aaron als de middle name van Elvis. En niet zoals Winter de voetballer. Hij krijgt dus ook geen trema op de tweede a, Aäron, zoals in de Bijbel en de Mozes en Aäron Kerk.
Ons hondje is dus nog steeds in Ravenstein. Vorige week zijn we ernaartoe geweest. Het was geweldig. Negen zwartkleurige Airedale pups. Oma-hond en Mama-hond waren er ook. Beide even waak- en zorgzaam om de hondjes.
Ik was in ieder geval op slag verkocht. Wat een mooie beestjes. Ze worden best wel groot, gemeten naar hoe Oma en Mama er uit zagen + dat een mannetje groter is dan een vrouwtjeshond. Komende dinsdag gaan we weer eens kijken.
We weten overigens nog niet wie van de 5 reutjes Aaron gaat heten. Dat zal de fokker voor ons gaan beslissen. Dat is een strak plan. Hij gaat, naar zijn inzicht, de baasjes koppelen aan de hondjes die het best bij hen passen. Wij krijgen dus de hond die bij ons past en daarbovenop is 'de eerste keus vs. laatste keus' niet van toepassing.
Buiten is het miezerig, Amaya is werken, en op de hoofdtelefoon luistert de cd 'A Ghost Is Born' van Wilco lekker weg.
19 juli 2007
Het wordt evengoed danig tijd, dat ik eens serieus uit de kast ga komen. Met iets dat ergens op trekt. En dat iets moet dan een verhaal worden. Het wordt tijd dat ik Dylan Thomas zijn advies eens goed ter harte neem en ten uitvoer breng. Nee, dat is niet waar. Nu jok je een klein beetje, grote vriend. Het advies heb ik wel degelijk ter harte genomen. Het ten uitvoer brengen is even zo goed een ander paar mouwen. Tot op dit moment ben ik blijven steken in oeverloos gezever over hoe ik het ga doen en dát ik het ga doen. Maar wanneer ik eens terugkijk op wat er in de afgelopen 18 maanden is gebeurd, werkelijk is gebeurd, dan valt mij één ding op. Mijn bedoeling was, en is, om de belofte een boek te gaan schrijven, die tot dan/nog toe een loze bleek/blijkt, in te lossen. Echter, serieus veel ingelost heb ik nog niet. Ik ben eigenlijk nu pas de laatste week weer wat constructiefs aan het voorbrengen. Niet dat het veel voorstelt. Maar het is tenminste iets.
Het advies van Dylan Thomas, uit die brief weet je wel, kijk maar eens terug naar de eerste weblogs die ik geschreven heb, het zal er wel ergens staan, dat ben ik nu beginnen uit te voeren. Het is echter nog niet naar mijn zin.
Nu ben ik wat dat laatste betreft wel een rare. Het is me vaak nogal gauw naar de zin, in zijn algemeenheid, zeg maar. Op gebieden als deze is juist het tegenovergestelde dichter bij de waarheid. En, toegegeven, dat is soms best lastig. Eerlijk waar. Er komt weinig 'op papier' bij mij. Omdat het gros van wat ik dan van plan ben op te schrijven, nog voor het opgeschreven kan worden, al afgekeurd is door de keuringscommissie. En mijn keuringscommissie is godvergeten streng. Die gaat voor kwaliteit. Voor minder dan perfect, gaat de commissie niet. Dat is best rottig. Vooral als je bedenkt wat het advies waar over ik het heb en wat je dus in mijn eerste paar weblogs kunt teruglezen, inhoudt.
In principe weet ik gerust, waarover ik ga schrijven. Waar het in feite op neer komt, is dat ik eigenlijk, basically, zit te wachten op de openingszin. Ik ben aan het wachten, op DE spontane inval. Op inspiratie. Dat is dus eigenlijk een beetje dom. Die valt niet door de brievenbus naar binnen, keurig op de mat.
De krant, brieven, reclamefolders, pakjes. Die vallen door de brievenbus. Een openingszin, die niet. Dan kun je lang wachten, als je dat denkt. En dat heb ik dus lange tijd gedaan. Het lijkt erop als of die gedachte zijn langste tijd gehad heeft in dat brein van mij. Dat komt goed uit. Dat werd tijd.
Amen!
22 juli 2007
Inmiddels zit ik buiten. Het is half elf. Mijn laptop heb ik buiten op het tafeltje gezet. Zo, dat ik van de zon geen last heb op het beeldscherm. Ik heb het tafeltje inmiddels al driekwart rond gedraaid. Nu zit ik met het beeldscherm in de schaduw en aan mijn linkerhand komt de zon op. Nog eventjes en de zon schijnt volle bak in mijn gezicht. Daartegen is de accu van de laptop denkelijk al ver leeg en ga ik iets anders doen. Of hetzelfde op een andere plaats. Verder heb ik in WMP een nieuwe playlist gemaakt, speciaal voor deze zondagochtend. Ditmaal zit er geen jazz tussen. Dus geen Freddie Hubbard of Donald Byrd. Ook geen Van Morrison. Wel Blöf (nu: Donker Hart), Spinvis, Ryan Adams, Grant Lee Buffalo, Josh Rouse, Yevgueni en Sufjan Stevens, among others. De nieuwe Yevgueni, daar ben ik al een tijdje op aan het azen. Ik krijg hem op Soulseek nog niet te pakken. Kopen doe ik niet. Te duur voor een cd, die niet per se meerwaarde heeft. Overigens is dat geen reden, dan wel excuus, want cd's die voor mij wel meerwaarde hebben, die koop ik ook niet. Ja, het lijkt er op alsof ik het stereotype beeld van de zuinige Zeeuw aan het cultiveren ben. Zo is het, en niet anders. Niet meer en niet minder. Op mijn werk denken er verschillende dat ik Belg ben. Anderen noemen mij Zeeuw. Maar Zeeuw voel ik mij niet. Ik voel mij Zeeuwsch-Vlaming. En Zeeuwsch-Vlamingen zijn in mijn ogen een ander slag volk dan de Zeeuwen van boven de Westerschelde.
Afgelopen vrijdagavond tot zaterdagmiddag ben ik weer even Zeeuwsch-Vlaming in Zeeuwsch-Vlaanderen geweest.
(Intussen ben ik even naar binnen geweest, het zag er even dreigend uit, qua bewolking en de wind stak ook vervaarlijk op, maar nu is het wat bijgetrokken, brandt de zon weer naar behoren en luister ik naar 'Oh, My Sweet Carolina' van Ryan Adams).
Het overgrote deel van het weekeinde dus weer even Zeeuwsch-Vlaming onder de Zeeuwsch-Vlamingen geweest.
Mijn vader werd alweer 67 jaar. Voor het eerst in, wat zal het zijn, vorig jaar augustus?, een krap jaar dus, onder meer van mijn eigen familieleden verkeerd dan het gezin van afkomst. Veel is er niet veranderd in die tijd. De gespreksonderwerpen zijn nog steeds dezelfde, doden, ziektes, klaagzangen en de geijkte lang-niet-gezien-hoe-gaat-het-met-jou?-stilvallende-voor-ze-goed-en-wel-op-gang-komen gesprekken.
Het beste gesprek van de avond had ik buiten op het terras met een andere roker. Blijkt dat wij dezelfde gevoelens hebben omtrent onze geboortegrond. Genoeg reden, plus enkele andere, om de GSM te trekken en zijn telefoonnummer in te voeren. Slimme gast, hij geeft het zijne, maar vraagt niet naar het onze. Dat doet hij natuurlijk niet voor niks, dat kun je op je vingers na tellen. Amaya vind hem ook wel aardig en ís benieuwd naar zijn reiservaringen in verre oorden. Dat kan nog wat worden. Hij mag dus binnenkort gerust op een telefoontje rekenen.
(Evengoed blijft 'Mijn Oude Hart' van Gorki toch wel een geweldig mooi liedje! Op repeat drukken).
Zaterdagochtend nog even door Hulst gestapt. Over de eerste tweehonderd meter zeker een halfuur gedaan. Naast een weerzien met buurman Tonnie, Amayas eerste ontmoeting met mijn laatste ex Diana, een doosje veel te dure thee en Rob met zijn kleine reus, weinig spectaculairs tegengekomen.
In mijn nieuwe leefomgeving, zijn, familie eventjes niet meegerekend, die bekende en minder bekende mensen, die praatjes op straat, het verenigingsleven, het enige wat nog ontbreekt. Wat ik nog wel vind in Hulst en hier (nog) niet heb. Maar dat weegt niet meer op tegen mijn gevoel van geluk wanneer weer thuis ben.
30 juli 2007
(op de hoofdtelefoon: Cat Power - The Greatest (het liedje, niet de hele cd).
We zijn zojuist gaan slapen, na een enerverend tv-avondje. Een van de weinige. Dat heeft twee redenen. Ten eerste kijken we maar amper meer tv sinds we hier wonen. Als we nu de tv aanhebben, dan moeten we òf veel tijd hebben en ons vervelen òf er is een buitengewoon interessant program. Vandaag was dat vanavond Zomergasten. Drie uur lang heb ik geboeid zitten te kijken, met een goed glas lekkere Whisky-Cola. Zo boeiend was het, dat ik maar 1 x ben gaan roken (Ver op het eind).
Maar goed, daar wilde ik het niet over gaan hebben. Ik lig in bed naast Amaya, die al slaapt. En terwijl het liedje 'The Greatest' van Cat Power in mijn hoofd rondzweeft, zie ik voor me hoe het verhaal in elkaar moet gaan steken voor mijn boek. Ha! En dat wou ik maar even laten weten.
Onthoudt: .................................................................................................................!
Voor de leek een soort code misschien, voor mij is het genoeg. Ik schrijf het hier neer ter bevestiging en om het te kunnen terugvinden.
30 juli 2007 (deel II)
Sommige liedjes zijn werkelijk bijna te mooi om waar te zijn. Die kruipen onder je vel, of je wilt of niet. Maar dat is eigenlijk geen kwestie, je wilt het. Punt. Een van die liedjes kwam ik tegen toen ik de resterende verkrijgbare cd's van Joe Henry bij Bol.com bestelde. Dat zal zo'n paar jaar geleden zijn. Hoe ik die Joe Henry op het spoor ben gekomen, is weer een ander verhaal.
Ik had de cd al een tijdje in de peiling. Bij mijn wekelijkse ronde door de Free Record was ik geïntrigeerd geraakt door een cd-hoes.
Nu ben ik niet per se iemand die cds koopt op alleen de hoes, maar deze was toch wel een zeer speciale. Op de hoes staat een man. Hij is gekleed in een wit overhemd dat niet is dichtgeknoopt. Op zijn lijf zijn de letters AMOR getattoeerd. Deze foto is onderdeel van een expositie van Rosangela Renno, een Braziliaanse kunstenares. De expositie noemde Cicatriz, oftewel litteken in het Nederlands. In het Engels wordt dat Scar. En dat is dan weer de titel van de cd waar deze hoes bij hoort.
Op die cd staat dan weer dat liedje dat bijna te mooi is om waar te zijn. De cd kocht ik uiteindelijk niet waar ik hem het eerst tegen kwam. Na een paar maand verdween hij in de uitverkoopbakken en vervolgens heb ik hem daar nooit meer gezien.
Totdat ik in de FNAC in Antwerpen hem opnieuw zag staan. De FNAC....Die winkel was destijds, nog voor het downloadtijdperk, mijn hemel op aarde. Ik kon daar uren doorbrengen. Een geweldig assortiment aan cd's en dan ook nog eens een uitstalling aan boeken die zijn weerga niet kent. Tenminste voor iemand, die niet meer gewend is dan het aanbod van de Hulsterse winkels. Toen wist ik dus ook gelijk van wie die cd met de intrigerende hoes was.
Het gaat me wat ver, en bovendien betwijfel ik of het überhaupt interessant is, om alle liedjes van de cd's afzonderlijk te gaan beschrijven. Ik beperk me tot de songs die er echt toe doen. Waar ik wat mee heb.
Dat zijn er twee. Dat valt alles mee, toch? Dat dacht ik ook. Twee dus, namelijk het openingsnummer en het op een na laatste, de bonustrack niet meegerekend. Deze waren het, die bij de eerste beluistering er al met kop en schouders bovenuit staken. Nu, na drie, vier jaar, nog altijd. De kippenvelliedjes. Ik neem als eerste het voorlaatste liedje bij de kop. Het heet 'Edgar Bergen'.
(Ik ben dan zo'n figuur die dan gaat google-en om uit te vissen wie die Edgar Bergen dan wel is (geweest). In dit geval mag je het gedeelte tussen de haakjes meerekenen. Hij was een Amerikaanse acteur en buikspreker (1903-1978) die met zijn houten pop Charlie McCarthy in films speelde en op de radio te horen was. Hij had Zweedse voorouders, die hun naam, Berggren, veramerikaanst hadden. Bovendien blijkt hij de vader te zijn van Candice Bergen. Dat is, zeg maar, Murphy Brown uit de gelijknamige komedie-serie.)
En 'Edgar Bergen', het moet gezegd, heeft prachtige lyrics:
'But baby knows that I love to cry
Over every little thing,
I just sweep the yard and wait
For the whole world to change
...any minute now'
Dat bedoel ik dus met prachtig, of het laatste couplet:
'That bird of yours, he just bit me
And all I said was hello,
All I did was, I answered him
And sort of shook his foot, you know.'
Daar krijg ik dus kippenvel van. En dan heb ik nog niet gesproken over hoe het klinkt. Dat is voor mij met geen pen te beschrijven, laat staan neer te tikken op een laptop.
Wat het openingsnummer betreft, 'Richard Pryor Addresses a Tearful Nation', gaat het me niet zo zeer om te tekst, die mij ontegenzeglijk aanspreekt,
('Everything you tried to keep away from me/Everything I took from you and lost' en even verder: Remember me for trying/And excuse me while I disappear),
ook niet om de persoon Richard Pryor (stand-up comedian, komiek en acteur (1940-2005)), maar meer de atmosfeer die het lied uitstraalt. Daar heb ik, ook al, geen woorden voor.
Je zou het gewoon moeten komen luisteren hier, diep in de nacht bij voorkeur, bij het licht van de schemerlamp, zittend in de schommelstoel, met een whisky(-cola) in de hand.
Hemels.....
Reactie plaatsen
Reacties