Dagboek deel 4: juni 2007 - november 2007

Gepubliceerd op 22 maart 2022 om 21:03

5 juni 2007

Het was een geweldig weekend. Ik ben terug naar Hulst geweest, zaterdag, om naar het eeuwfeest annex reünie-moment te gaan van de lagere school. Ik ging ernaartoe met niet al te grote verwachtingen. Officiële uitnodigingen waren niet uitgegaan. Veel kans dat velen er geen weet van hadden, of te laat, dat dit zaterdag plaats zou vinden. Zodoende had ik mij al voorgenomen, om, mocht ik geen een oud-klasgenoot tegenkomen, dan naar Delphine en Jos te gaan. En omdat ik op de weg daarnaartoe, dan toch langs frituur Chevrolet. kwam, kon ik gelijk een frietje met tartaarsaus meepikken.

Van dat laatste kwam echter in het geheel niks terecht. Al zag dat er eerst niet naar uit. Ik was maar 2 oud-klasgenoten tegen het lijf gelopen, en al min of meer op weg naar dat frietje, toen de moeder van Erik, die in dezelfde straat woonde me wist te melden dat Erik er nog moest zijn en ze troonde mij mee een klaslokaal in waar hij inderdaad stond, in gezelschap van nog twee andere oud-klasgenoten. Niet veel later stonden we buiten op het schoolplein met nog een meute anderen. Er werd een provisorische klassefoto gemaakt, inclusief oud-leerkracht, in de persoon van de hoofdmeester.

In de partytent, opgesteld op het bolwerk annex parkeerplaats, dronken we met zijn allen nog een drankje of vijf, alvorens Stefanie. het idee opperde om met zijn allen iets te gaan eten in de stad. Een meerderheid was wel te porren voor een etentje, dus togen we in negental naar een restaurant. Dat viel nog niet mee. Er waren blijkbaar meer reünie-gasten op dat idee gekomen, want de eerste drie restaurants waren vol en/of gereserveerd. Uiteindelijk konden we toch ergens terecht.

En zo werd het stiekem nog laat. Het was dan ook erg gezellig. Het eten liet wel even op zich wachten, maar dat was eigenlijk maar goed ook. Zo hadden we des te meer tijd om verhalen van vroeger op te halen.

Koffie werd er niet meer gedronken. Het begon frisjes te worden voor de dames, die lucht gekleed waren en zonder jas op pad waren gegaan. Op weg naar huis werd op iedere kruising van de winkelstraat de groep kleiner, ging een ieder zijn dan wel haar weg en was de frituur al toe.

 

19 juni 2007

Schrijf ik hier enkele weken geleden, dat ik zo goed in mijn vel stak, met energie voor tien. Zul je het net zien, natuurlijk. Je kon er feitelijk op wachten, zo lijkt het altijd te gaan. Het valt ook weer eens terug op een gegeven moment.

En dat deed het, vorige week. Vervolgens ging het weer beter, en nu? Nu ben ik afgepeigerd. Moe, dus. Moe en snakkend naar tijd voor mezelf.

Met dat laatste wordt wel eens gelachen. Daar wordt, juist, ik kon niet op het woord komen, maar nu wel, wel eens gekscherend over gedaan. En ook verbaasd kennis van genomen. In Vught, tot voor een 3 maanden terug, had ik geen behoefte aan een plekje voor mezelf. Daar had ik er ook geen. De slaapkamer was, bij gebrek aan beter, de eigen plek van Amaya; mijn laptop was vast gestationeerd op de keukentafel. De keukentafel was voor mij in Vught de afgelopen twee jaar genoeg ruimte voor mezelf. Meer was er niet, dus maak je het beste van wat je hebt. Hier in Helvoirt hebben we een mooie grote slaapkamer, echt heel mooi en groot. Amaya heeft van de grootste van de andere twee kamers hier op het eerste verdiep haar domein gemaakt. Het kamertje dat overbleef, het kleinste en smalste hier in huis, had nog niet echt een bestemming. Er kon op gestreken worden, maar Strijkmans had geen zin om de wasmand steeds van het opperste naar beneden te sjouwen. De bout ging naar 't zolder, dus kwam er ruimte vrij voor mij om alhier een nestje voor mijzelf te creëren. Tussen de cds en boeken. Daar waar ik mij thuis voel.

De eettafel en stoel, waar ik twee jaar lang mij op heb teruggetrokken, kregen aldus een rehabilitatie. Grappig, want ik dacht eerst dat ik ervan af was. Van die tafel en die stoel.

Nu staan ze dus hier. Ik zit op precies diezelfde stoel, met de schuivende pootjes, en de voormalige eettafel doet nu dienst als veredeld bureau. De laptop heeft er gezelschap gekregen van mijn hifi-set, merk Technics (bouwjaar 1998, een moeilijke eter qua gebrande cds), en een schemerlamp. Behalve deze meubels en toebehoren, staan er twee boekenkasten, een cd toren en een schommelstoel.

De muur tegenover de boeken mag nog wat opsmuk gebruiken. Daar ben ik nog naar op zoek.

Eerlijk gezegd, ben ik een heel eindje afgedwaald van mijn onderwerp.

Ik zat dus zoals gemeld lekker in mijn vel, alleen de laatste paar dagen, pak anderhalve week, niet meer zo.

We hebben veel gedaan in die periode. Een reünie gehad, mijn ouders die op bezoek kwamen en vervolgens een paar weekenden de tuin opgeknapt. 

Het is allemaal prima gelukt. Het ziet er puik uit. Ik ben er echt trots op. 

Amaya en ik zijn nog naar de kermis van Berkel-Enschot geweest. Die viel eigenlijk tegen, naar onze maatstaven. Vorig jaar hebben we samen met onze huisvriendin zowat alle kermissen hier in de omgeving gehad. Deze trok op die van Nuland. Buiten de grootsteden vond ik Rosmalen geloof ik een van de leukste. Ook in Budel en Weert zag het er leuk uit. Na de kermis zijn we gaan eten in ons favoriete restaurant, Castillo. Tigi heet het nu. Ze serveren Grieks voer in de plaats van Mediterraans. Hoewel wij het idee kregen, gaandeweg het maal, dat de we wel met dezelfde kok van doen hadden als bij wijlen Castillo.

 

30 juni 2007

We zijn gebeld geworden door de fokker van Airedale Terriërs hier in de regio. Het teefje was zwanger geraakt een tijdje geleden en donderdagochtend heeft ze 8 jongskes geworpen. Daar zaten 5 reuen bij. Wij staan op de lijst daarvoor en tot onze blijdschap werden we gebeld dat we er in ieder geval bij zitten. Ik ben benieuwd wat dat nog gaat geven. Als ik het zo bekijk zou Wuf dan, als het goed is, einde augustus mogen overgaan naar zijn baasjes: Wij!

Hebben we toch een soortement van kindje. Ons tweede, nee derde, dan, hamsteres Dusty en haar voorgangster Louise, meegerekend. Aan de hamsters heb je feitelijk geen kind, aan Wuf des te meer.

Afgelopen dinsdag open huis gehad. De klussers en steun en toeverlaten waren uitgenodigd om het huis te komen bekijken. Het was een geslaagde avond.

Gisteren ben ik mijn nieuwe identiteitkaart gaan ophalen. Dat was me nog al een onderneming. Ik heb geen rijbewijs en ben dus aangewezen op het OV. Aangezien het juist deze week was dat het vakantierooster in is gegaan. Wat dus betekent dat de bus van zes over het heel er tussenuit valt en ik dien te wachten tot zes over het half eer de bus naar huis komt. Met een baal Drum, goeie muziek op de mp3-speler, en interessante mensen om te 'beobachten' kom ik mijn tijd wel door. Haaren haalde ik ook wel voor sluitingstijd:7 uur. Terug naar huis was een ander paar mouwen. Het zou die van 11 voor half 7 worden of te voet. Voorziene en onvoorziene omstandigheden leidden er toe dat ik pas om goed 5 over, het gemeentehuis binnen kuierde. Er stond een man of wat voor me, er was wat geharrewar met scheidingen, kinderen die wel of niet op paspoorten bij- of afgeschreven dienden te worden en reisdocumenten die kwijt bleken te zijn. De bus zag ik stoppen en vertrekken, terwijl ik nog niet eens aan de beurt was.

Te voet dus. Ik ben een mens van statistieken, competities, en de klok (hoewel niet per se op tijd). Haaren-Helvoirt is 3 km volgens de ANWB. Het was 18.25 uur. Ik was benieuwd en stelde mezelf tot doel rond 7 uur aan mijn fiets te staan. 35 minuten voor 3 km. Ik sloeg met glans. Ik had alleen pech met het verkeerslicht, waar ik nog 3 minuten heb staan wachten eer ik over mocht steken, om bijna overreden te worden door een sportauto met een onoplettende knuppel aan het stuur.

 

12 juni 2007

Betty, één van mijn zeer gewaardeerde collega's, vroeg zich af, gisterenmiddag of Dusty, onze hamster, ook ongesteld kon worden. Dat wist ik niet. Nu is Dusty begin deze maand 7 maandjes geworden, maar er was mij nog niets opgevallen. Zou het dan stiekem misschien toch een mannetje zijn, stel dat hamsters ook maandstonden hebben? Ik kon de ene helft van het door haar man Barney 'Rot & Vervelend' gedoopte duo, de andere helft ben ikzelf, geen passend antwoord geven. Gelukkig hebben wij een hamsterexpert in onze vriendenkring, dus die schakelde ik voor deze vraag met liefde en plezier in. Smsje naar de huisvriendin. Die dacht dat ik zot geworden was, dat Dusty langzaam van binnenuit aan het doodbloeden was, kortom dat er ik weet niet wat aan de hand was. Caitlin belde mij terug en gaf een, voor haar doen, beknopte verhandeling over het geslachtelijk leven van haar lievelingsdier. Om kort te gaan, ze kunnen niet ongesteld worden, wel afscheiding produceren.

Ons hondje is dus nog steeds in Ravenstein. Vorige week zijn we er naar toe geweest. Het was geweldig. Negen zwartkleurige Airedale pups. Oma-hond en Mama-hond waren er ook. Beide even waak- en zorgzaam.

Ik was in ieder geval op slag verkocht. Wat een mooie beestjes. Ze worden best wel groot, gemeten naar hoe Oma en Mama er uit zagen + dat een mannetje groter is dan een vrouwtjeshond. Komende dinsdag gaan we weer eens kijken.

We weten overigens nog niet wie van de 5 reutjes Wuf gaat heten. Dat zal de fokker voor ons gaan beslissen. Dat is een strak plan. Hij gaat, naar zijn inzicht, de baasjes koppelen aan de hondjes die het best bij hen passen. Wij krijgen dus de hond die bij ons past en daarbovenop is 'de eerste keus vs. laatste keus' niet van toepassing.

Buiten is het miezerig, Amaya is werken, en op de hoofdtelefoon luistert de cd 'A Ghost Is Born' van Wilco lekker weg.

 

19 juli 2007

Het wordt evengoed danig tijd, dat ik eens serieus uit de kast ga komen. Met iets dat ergens op trekt. En dat iets moet dan een verhaal worden. Het wordt tijd dat ik Dylan Thomas zijn advies eens goed ter harte neem en ten uitvoer breng. Nee, dat is niet waar. Het advies heb ik wel degelijk ter harte genomen. Het ten uitvoer brengen is even zo goed een ander paar mouwen. Tot op dit moment ben ik blijven steken in oeverloos gezever over hoe ik het ga doen en dát ik het ga doen. Maar wanneer ik eens terug kijk op wat er in de afgelopen 18 maanden is gebeurd, werkelijk is gebeurd, dan valt mij één ding op. Mijn bedoeling was, en is, om de belofte een boek te gaan schrijven, die tot dan/nog toe een loze bleek/blijkt, in te lossen. Echter, serieus veel ingelost heb ik nog niet. Ik ben eigenlijk nu pas de laatste week weer wat constructiefs aan het voortbrengen. Niet dat het veel voorstelt. Maar het is tenminste iets.

Het advies van Dylan Thomas, uit die brief weet je wel, kijk maar eens terug naar de eerste weblogs die ik geschreven heb, het zal er wel ergens staan, dat ben ik nu beginnen uit te voeren. Het is echter nog niet naar mijn zin.

Nu ben ik wat dat laatste betreft wel een rare. Het is me vaak nog al gauw naar de zin, in zijn algemeenheid, zeg maar. Op gebieden als deze, is juist het tegenovergestelde waarheid. En, toegegeven, dat is soms best lastig. Eerlijk waar. Er komt weinig 'op papier' bij mij. Omdat het gros van wat ik dan van plan ben op te schrijven, nog voor het opgeschreven kan worden, al afgekeurd is door de keuringscommissie. En mijn keuringscommissie is godvergeten streng. Die gaat voor kwaliteit. Voor minder dan perfect, gaat de commissie niet. Dat is best rottig. Vooral als je bedenkt wat het advies waar over ik het heb en wat je dus in mijn eerste paar weblogs kunt teruglezen, inhoudt.

In principe weet ik gerust, waarover ik ga schrijven. Waar het in feite op neer komt, is dat ik eigenlijk, basically, zit te wachten op de openingszin. Ik ben aan het wachten, op DE spontane inval. Op inspiratie. Dat is dus eigenlijk een beetje dom. Die valt niet door de brievenbus naar binnen, keurig op de mat.

De krant, brieven, reclamefolders, pakjes. Die vallen door de brievenbus. Een openingszin, die niet. Dan kun je lang wachten, als je dat denkt. En dat heb ik dus lange tijd gedaan. Het lijkt erop als of die gedachte zijn langste tijd gehad heeft in dat brein van mij. Dat komt goed uit. Dat werd tijd.

Amen!

 

22 juli 2007

Inmiddels zit ik buiten. Het is half elf. Mijn laptop heb ik buiten op het tafeltje gezet. Zo, dat ik van de zon geen last heb op het beeldscherm. Ik heb het tafeltje inmiddels al driekwart rond gedraaid. Nu zit ik met het beeldscherm in de schaduw en aan mijn linkerhand komt de zon op. Nog eventjes en de zon schijnt volle bak in mijn gezicht. Daartegen is de accu van de laptop denkelijk al ver leeg en ga ik iets anders doen. Of hetzelfde op een andere plaats. Verder heb ik in WMP een nieuwe playlist gemaakt, speciaal voor deze zondagochtend. Ditmaal zit er geen jazz tussen. Dus geen Freddie Hubbard of Donald Byrd. Ook geen Van Morrison. Wel Blöf (nu: Donker Hart), Spinvis, Ryan Adams, Grant Lee Buffalo, Josh Rouse, Yevgueni en Sufjan Stevens, among others. De nieuwe Yevgueni, daar ben ik al een tijdje op aan het azen. Ik krijg hem op Soulseek nog niet te pakken. Kopen doe ik niet. Te duur voor een cd, die niet per se meerwaarde heeft. Overigens is dat geen reden, dan wel excuus, want cd's die voor mij wel meerwaarde hebben, die koop ik ook niet. Ja, het lijkt er op alsof ik het stereotype beeld van de zuinige Zeeuw aan het cultiveren ben. Zo is het, en niet anders. Niet meer en niet minder. Op mijn werk denken er verschillende dat ik Belg ben. Anderen noemen mij Zeeuw. Maar Zeeuw voel ik mij niet. Ik voel mij Zeeuwsch-Vlaming. En Zeeuwsch-Vlamingen zijn in mijn ogen een ander slag volk dan de Zeeuwen van boven de Westerschelde.

Afgelopen vrijdagavond tot zaterdagmiddag ben ik weer in Z-Vl geweest.

(Intussen ben ik even naar binnen geweest, het zag er even dreigend uit, qua bewolking en de wind stak ook vervaarlijk op, maar nu is het wat bijgetrokken, brandt de zon weer naar behoren en luister ik naar 'Oh, My Sweet Carolina' van Ryan Adams).

Mijn vader werd alweer 67 jaar. Voor het eerst in, wat zal het zijn, vorig jaar augustus?, een krap jaar dus, wat meer tijd gespendeerd bij familie. Veel is er niet veranderd in die tijd. De gespreksonderwerpen zijn nog steeds dezelfde: doden, ziektes, klaagzangen en de voorspelbare lang-niet-gezien-hoe-gaat-het-met-jou?-stilvallende-voor-goed-en-wel-op-gang-gekomen gesprekken.

(Evengoed blijft 'Mijn Oude Hart' van Gorki toch wel een geweldig mooi liedje! Op repeat drukken).

Zaterdagochtend nog even door Hulst gestapt. Over de eerste tweehonderd meter zeker een halfuur gedaan. Naast een weerzien met buurman Ton, Amayas eerste ontmoeting met Diana, mijn vorige vriendin, een doosje veel te dure thee en Rob met zijn kleine reus, weinig spectaculairs tegengekomen.

In mijn nieuwe leefomgeving, zijn, familie eventjes niet meegerekend, die bekende en minder bekende mensen, die praatjes op straat, het verenigingsleven, het enige wat nog ontbreekt. Wat ik nog wel vind in Hulst en hier (nog) niet heb. Maar dat weegt niet meer op tegen mijn gevoel van geluk wanneer ik weer thuis ben.

 

30 juli 2007

Vooraleer ik ga uiteenzetten wat ik wil zeggen, ga ik eerst even iets anders doen.

(op de hoofdtelefoon: Cat Power - The Greatest (het liedje, niet de hele cd) )

We zijn zojuist gaan slapen, na een enerverend tv-avondje. Een van de weinige. Dat heeft twee redenen. Ten eerste kijken we maar amper meer tv sinds we hier wonen. Als we nu de tv aanhebben, dan moeten we òf veel tijd hebben en ons vervelen òf er is een buitengewoon interessant program. Vandaag was dat vanavond Zomergasten. Drie uur lang heb ik geboeid zitten te kijken, met een goed glas lekkere Whisky-Cola. Zo boeiend was het, dat ik maar 1 x ben gaan roken (Ver op het eind).

Maar goed, daar wilde ik het niet over gaan hebben. Ik lig in bed naast Amaya, die al slaapt. En terwijl het liedje 'The Greatest' van Cat Power in mijn hoofd rondzweeft, zie ik voor me hoe het verhaal in elkaar moet gaan steken voor mijn boek. Ha! En dat wou ik maar even laten weten.

Onthoudt: .................................................................................................................!

Voor de leek een soort code misschien, voor mij is het genoeg. Ik schrijf het hier neer ter bevestiging en onthoudtplaats

 

30 juli 2007 (deel II)

 

Sommige liedjes zijn werkelijk bijna te mooi om waar te zijn. Die kruipen onder je vel, of je wilt of niet. Maar dat is eigenlijk geen kwestie, je wilt het. Punt. Een van die liedjes kwam ik tegen toen ik de resterende verkrijgbare cd's van Joe Henry bij Bol.com bestelde. Dat zal zo'n paar jaar geleden zijn. Hoe ik die Joe Henry op het spoor ben gekomen, is weer een ander verhaal.

Ik had de cd al een tijdje in de peiling. Bij mijn wekelijkse ronde door de Free Record Shop was ik geïntrigeerd geraakt door een cd-hoes.

Nu durf ik gerust al eens een cd te kopen op de hoes alleen. De cover is dan zo speciaal dat ik er niet omheen kan. Deze was toch wel een zeer speciale. Op de hoes staat een man. Hij is gekleed in een wit overhemd dat niet is dichtgeknoopt. Omdat de foto is ingezoomd  zie je op de hoes alleen zijn bovenlijf van het putje van zijn hals tot waar de buik begint. Zijn rechterhand op zijn borst, en iets daarboven zijn de letters AMOR getattoeerd. Deze foto is onderdeel van een expositie van Rosangela Renno, een Braziliaanse kunstenares. De expositie noemde Cicatriz, oftewel litteken in het Nederlands. In het Engels wordt dat Scar. En dat is dan weer de titel van de cd waar deze hoes bijhoort.

Op die cd staat dan weer dat liedje dat bijna te mooi is om waar te zijn. De cd kocht ik uiteindelijk niet waar ik hem het eerst tegen kwam. Na een paar maand verdween hij in de uitverkoopbakken en vervolgens heb ik hem daar nooit meer gezien.

Totdat ik in de FNAC hem opnieuw zag staan. De FNAC....Die winkel was destijds, nog voor het downloadtijdperk, mijn hemel op aarde. Ik kon daar uren doorbrengen. Een geweldig assortiment aan cd's en dan ook nog eens een uitstalling aan boeken die zijn weerga niet kent. Tenminste voor iemand, die niet anders gewend is dan het aanbod in de Hulsterse winkels. Toen wist ik dus ook gelijk wie van wie die cd met de intrigerende hoes was.

Het gaat me wat ver, en bovendien betwijfel ik of het überhaupt interessant is, om alle liedjes van de cd's afzonderlijk te gaan beschrijven. Ik beperk me tot de songs die er echt toe doen. Waar ik wat mee heb.

Dat zijn er twee. Dat valt alles mee, toch? Dat dacht ik ook. Twee dus, namelijk het openingsnummer en het op een na laatste, de bonustrack niet meegerekend. Deze waren het, die bij de eerste beluistering er al met kop en schouders bovenuit staken. Nu, na drie, vier jaar, nog altijd. De kippenvelliedjes. Ik neem als eerste het voorlaatste liedje bij de kop. Het heet 'Edgar Bergen'.

(Ik ben dan zo'n figuur die dan gaat google-en om uit te vissen wie die Edgar Bergen dan wel is (geweest). In dit geval mag je het gedeelte tussen de haakjes meerekenen. Hij was een Amerikaanse acteur en buikspreker (1903-1978) die met zijn houten pop Charlie McCarthy in films speelde en op de radio te horen was. Hij had Zweedse voorouders, die hun naam, Berggren, veramerikaanst hadden. Bovendien blijkt hij de vader te zijn van Candice Bergen. Dat is, zeg maar, Murphy Brown uit de gelijknamige komedie-serie.)

En 'Edgar Bergen', het moet gezegd, heeft prachtige lyrics:

'But baby knows that I love to cry
Over every little thing,
I just sweep the yard and wait
For the whole world to change
...any minute now'

Dat bedoel ik dus met prachtig, of het laatste couplet:

'That bird of yours, he just bit me
And all I said was hello,
All I did was, I answered him
And sort of shook his foot, you know.'

Daar krijg ik dus kippenvel van. En dan heb ik nog niet gesproken over hoe het klinkt. Dat is voor mij met geen pen te beschrijven, laat staan neer te tikken op een laptop.

Wat het openingsnummer betreft, 'Richard Pryor Addresses a Tearful Nation', gaat het me niet zo zeer om te tekst, die mij ontegenzeglijk aanspreekt,

('Everything you tried to keep away from me/Everything I took from you and lost' en even verder: Remember me for trying/And excuse me while I disappear),

ook niet om de persoon Richard Pryor (stand-up comedian, komiek en acteur (1940-2005)), maar meer de atmosfeer die het lied uitstraalt. Daar heb ik, ook al, geen woorden voor.

Je zou het gewoon moeten komen luisteren hier, diep in de nacht bij voorkeur, bij het licht van de schemerlamp, zittend in de schommelstoel, met een whisky(-cola) in de hand.

Hemels.....

 

12 augustus 2007

 

Mijn dag is nog niet af. Ik heb even geslapen toen Amaya werken was. Daarna hebben we heerlijk samen buiten zitten lezen. Zij in haar boek (een modern-progressief sprookje), ik in het mijne (de eerste van Dave Eggers- Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit; ik heb het boek al in de kast staan sinds het uitkwam in 2000, maar pas recent geopend om het te gaan lezen; en het is een prachtig boek). We zijn daarna naar bed gegaan, maar ik ben er weer uitgeklommen. Ik heb een broek aangeschoten, mijn instappers en ook een trui. Nu zit ik hier aan de laptop. Met John Coltrane als compagnie, 'A Love Supreme' spelend op zijn saxofoon. Ik ben dit stukje aan het schrijven, waar ik ook met het verhaal zou kunnen verder gaan. Om mij nu nog te concentreren op het voorschrijden daar van, daar zie ik te weinig tijd voor. Al zou ik natuurlijk de hele nacht kunnen gebruiken om verder te schrijven en te wachten op de opkomende zon.

De zon zien opkomen, heb ik twee keer meegemaakt, bedenk ik me nu. Een jaar of tien terug, terugkomend van de Gentse Feesten om half zeven 's ochtends, en een paar jaar terug toen ik de ganse nacht door Champions Manager heb zitten spelen en daarin PSV wederom kampioen maakte. Toen zat ik ziek thuis. Dat moet dan januari 2004 geweest zijn. Dat weet ik nog goed. Toen was ik ongemerkt, ik was het me niet bewust in ieder geval, een klein beetje overspannen. Ik was van mening dat ik een uitgebreide en langdurige vorm van griep had. Maar 'with hindsight' zoals dat dan zo mooi heet, kan ik zeggen, dat eigenlijk er die drie weken als een berg tegenop zag om weer te gaan werken. Ik had het liefst ontslag gepakt en ergens gaan werken waar ik toen dacht, dat ik mijzelf beter zou kunnen voelen en meer mezelf zou kunnen zijn. 

Ja, over de grens in Gent en Lokeren en Antwerpen, die koersen, was legio werk. Maar dat was redelijkerwijs niet te doen. Ik geloof dat ik het eenmaal geprobeerd heb, om in Antwerpen iets te zoeken of zo, maar dat is op niets uitgelopen. Ik zag tijdig, vlak voor aanvang van het sollicitatiegesprek, af van werken in Antwerpen.

Alhoewel, ik weet het eigenlijk niet zeker meer of ik daadwerkelijk daar heb gesolliciteerd. Maar het maakt het toch een beetje dramatischer. Vooral dat tijdig in zien.

Dat heb ik wel vaker gedaan. Ongewild soms, vaker doelbewust. Vlak voor aanvang van een sollicitatiegesprek plots de weg kwijtgeraken en het gebouw waar ik moest zijn niet kunnen vinden, of niet op tijd. Soms gebeurde het ook gewoon. Dan reed de bus niet, of pakte ik de verkeerde lijn. Zulke toeren.

En toch....Het zijn altijd goede keuzes geweest. Ik had het op die momenten qua werkinhoud, sfeer en verdiensten, niet beter kunnen hebben. Even goed toch solliciteren. Heeft de slogan van Monsterboard zich toch in het onderbewuste vastgezet en zijn werk gedaan.

(Inmiddels is John Coltrane vervangen door Dizzy Gillespie)

En toch...(the sequel). Als ik toch van passies eens mijn beroep kon maken. Of toch op zijn minst in mijn werk verweven laten zijn. Wat voor beroep zou daar het best bij passen. Recensent? Muziek luisteren, boeken lezen en films kijken en er nog voor betaald worden ook. Of Disk-jockey? En op die manier mijn naam voor altijd verbasterd zien worden door het accent uiteindelijk en definitief op de eerste lettergreep te leggen, in plaats van op de laatste? Toch maar niet zo'n strak plan. Eerder een professie waar ik, op de achtergrond mijn aanwezigheid kan doen laten gelden.

Droompjes, dat zijn het. Verlangens naar een perfecte wereld, waar iedereen dat kan doen waar hij gelukkig van wordt. Jongens, jongens ik word sentimenteel, geloof ik. Een ouwe lul. Ik begin cafépraat uit te slaan van de gezellig aangeschoten stamgasten die rond een uur of vier zich rond de bar geschaard hebben, simpelweg omdat ze de enig overgeblevenen zijn, op de waard na. Ik spreek uit ervaring. Het is maar dat je het weet.

Excuses voor het springen van de hak op de tak, maar laat ik het zo zeggen, om over iets helemaal anders te beginnen. Ik geloof dat ik de behoefte te begin te ontwikkelen, om weer wat meer te kunnen ouwehoeren, serieus praten, met andere mensen. Bij voorkeur over muziek, boeken en films, naast ook andere dingen. De mensen met wie ik dat kon, zijn uit beeld geraakt. Uit het oog, uit het hart. Dat wordt dan gezegd. Maar het schijnt dus ook echt zo te werken. Ik doe er even hard aan mee. Als ik ze per se willen blijven zien had, dan was ik zelf wel ondernemender geweest. Dan had ik te weinig tijd en openbaar vervoer niet als excuus gebruikt, maar had alles gedaan en opzij gezet om hen te kunnen bezoeken.

Kijk, dat het dan van de andere kant stroever verloopt en zij geen zin en tijd meer hebben om mij te zien, dan houdt het ook op, natuurlijk.

(Dizzy Gillespie is inmiddels alweer Jimmy Smith geworden; en dat allemaal uit de luidsprekers die ik vorige week gekocht heb, zodat ik ook aan de laptop perfect geluid heb op normale sterkte, en niet alleen via een hoofdtelefoon)

Met Amaya kom ik qua boeken, films en muziek niet zo heel erg ver. Zij leest best veel boeken maar geen romans, of hoogst zelden en in andere genres. Sci-fi en sprookjes voor grote mensen zijn niet mijn ding. Qua boeken zit zij op een ander level. Heel interessant allemaal, maar over het algemeen pak ik er niet zo rap naar. Ik ben verzot op romans, romans met inhoud. Volgens Amaya veelal donker van toon, of juist om bij te lachen (soms van droevigheid). Soms dun, maar ook, graag, lijvig. Ulysses van James Joyce, bijvoorbeeld, of het controversiele boek van Rushdie, en The Complete Works van Oscar Wilde, ik zeg maar wat. De eerstgenoemde, daar ben ik al wel vijf keer in begonnen. Ik ben ooit tot bladzij 222 geraakt. Wanneer ik Eggers uit heb, is Ulysses een van de kandidaten voor het volgende boek naast de Collected Letters van Dylan Thomas. En ik heb nog een voorraadje liggen, wees gerust.

Muziek en films liggen qua onze beider smaken heel ver uit elkaar. Wanneer het gaat om persoonlijke voorkeuren, tenminste. Mijn smaak ligt filmgewijs meer in de arthouse-sferen, die van Amaya in, ook hier, sci-fi en sprookjes à la Narnija en Lady Of The Water. Qua muziekvoorkeuren hangt zij in country, licht klassiek en sprookjesfolk. Ik schijn volgens haar een zeer aparte muzieksmaak te hebben. Kijk maar eens op Last.fm.

Ik probeer haar wel eens uit of ze niet per ongeluk iets goed vind, wat ik ook goed vind. We hebben zo eens een paar slapeloze nachten door mijn toen gedecimeerde cd-collectie geploeterd. Er was weinig dat ze echt mooi vond. Laatst kwamen we erachter dat zij Ryan Adams, maar soms ook Songs:Ohia en gelijkgestemden mooie liedjes vind hebben. Allen aan country-gelinkd. En dat terwijl ik tot voor minder dan 5 jaar terug country bijna verachtte. Zie je toch dat je stiekem een heel deel naar elkaar toegroeit.

En dat lijkt me een mooie gedachte om mee af te sluiten.

(Jimmy Smith is door Cannonball Adderley vervangen; we sluiten af met 'Why Am I treated so bad?')

 

27 augustus 2007

Het is zover! Wuf is thuis.

Wij hebben hem zaterdagochtend opgehaald. Om 11.00 uur hadden wij afspraak bij de fokker. Tevoren nog gauw even boodschappen gedaan. En vervolgens koers richting Ravenstein. Wij arriveerden 5 minuten te vroeg. Prima getimed dus. Wuf was de enige pup die er nog was, samen met de pup met het rode lintje. Ten opzichte van de laatste keer dat we hem gezien hadden, was hij weer aardig gegroeid. We dronken een koffie, en na ontvangst van enige bescheiden vertrokken we met een 3 in plaats van 2 terug naar Helvoirt. Ik hield hem gezelschap op de achterbank. Het ritje naar huis ging goed. Wuf hield zich rustig, trok zich niks aan van de veranderende omstandigheden.

Ook na thuiskomst bleek Wuf zich heel netjes te gedragen. Qua piepen en janken geen noemenswaardige last. 

Binnen no-time liet het verschil tussen Het Leven Vòòr Aaron en Het Leven Na Aaron zich duidelijk aftekenen.

Wuf had van zijn leven nog geen tuin met planten en potgrond gezien laat staan geproefd. Met name potgrond en zand bleek hij heel lekker te vinden. Hij mag niet in de plantenperken lopen: Corrigeren dus! Dat blijkt nog niet zo'n makkelijke opgave te zijn. Voor mij zeker niet. De eerste dagen was dat nogal lastig. Maar sinds vanmiddag gaat het beter. Wat dat betreft heb ik een goede aan Amaya, die heeft al eerder met het bijltje gehakt met de honden van thuis.

Wuf is echter een leergierig hondje, eager to please, schattig, ondeugend, koppig, eigenwijs, maar niet dominant. En wat hij heel goed doet is, de nacht alleen in zijn hok. Hij heeft niet een keer gepiept of gejankt, gedurende de nacht en maar 1 keer, op de kranten, geplast. Bravo, Wuf.

Hij kan zich goed amuseren met zijn speeltjes, hij eet en drinkt goed en slaapt veel. Zindelijk is hij nog niet helemaal, maar vandaag doet hij het al veel beter dan gisteren. Gisteren deed hij het nog een aantal keer in huis, vandaag deed hij het alleen vanochtend nog een keertje. Iedere keer nadat hij gedronken of geslapen heeft draagt een van ons hem naar buiten. Dat blijkt dus goed te werken.

Eens goed kwaad worden op hem als hij weer in de planten durft te gaan, helpt ook. Nu vind ik dat erg moeilijk, maar vanavond probeerde ik het uit, precies zoals Amaya het doet, en het werkt!

Hij kan inmiddels al zitten, liggen en poot geven op commando.

Wuf is het hier al helemaal gewend. Amaya is de koningin te rijk. En ik? Ik had moeite met de omschakeling, maar dat blijkt toch ook al beetje bij beetje beter te gaan. Kortom: Wij zijn allemaal heel tevreden en blij

 

5 september 2007

 

De vakantie, die van mij tenminste, is halfweg. Onze hond Wuf, slokt zo goed als alle tijd op. Zorgen voor, opvoeden en dergelijke. Ik doe het met alle liefde en plezier.

Het mooie is, dat ik mezelf weer een stukje beter leer kennen. Ik zie weer andere kanten van mezelf en leer ze onderkennen. Mijn manier van omgaan met zorgen voor. In Hulst was dat poes Mingus. Nu is dat Wuf. En ik zie hoe ik hetzelfde gedragspatroon neerleg in de zorg voor Wuf, als naar die voor Mingus. Voor de hond is dat niet gezond. Zeker niet als er naast mij iemand staat die het anders doet en, ja, misschien wel beter. Wat bij de 'opvoeding' van poes Mingus niet goed ging, kan ik nu herstellen in de opvoeding van de hond. Ik leer elke dag bij. Dat is fijn. Niet altijd leuk, maar wel fijn. En goed voor de hond. Dan heeft hij straks 2 baasjes, die hetzelfde reageren op dingen die gebeuren. Zo kan hij dan niet (meer) proberen om, wanneer hij door het ene baasje op zijn nummer wordt gezet, of zijn zin niet krijgt, het bij het andere baasje gedaan te krijgen.

Een leerzame vakantie dus. Geen vakantie vol 'vrijheid', waarin je kunt gaan en staan waar je wilt, en doen waar je zin in hebt. Voor de nodige ontspanning gebruiken we de momenten dat de hond slaapt/rust.

Even terugtrekken op onze eigen kamer, dat gaat niet meer zo gemakkelijk. Dus halen we de laptop naar beneden, in plaats van er naar toe te gaan. En terwijl Wuf droomt van kartonnen dozen en piepende eekhoorntjes, neem ik de gelegenheid om eens echt goed te luisteren naar de muziek die ik in de laatste twee jaren op mp3 verzameld heb.

Bij mij werkt het luisteren naar muziek de laatste jaren namelijk anders dan vroeger. Toen luisterde ik cd nog van voor naar achter af. Sinds ik voornamelijk de laptop gebruik om mijn cds en de aangroeiende verzameling mp3s af te spelen, en Windows Mediaplayer daarvoor als medium gebruik, werkt het anders. Ik luister nog nauwelijks cds van voor naar achter uit. Ik maak gretig gebruik van de mogelijkheid afspeellijsten te maken. Nieuwe mp3-tracks krijgen vrij gauw een plaatsje in een passende afspeellijst, te midden van andere mp3s van dezelfde soort muziek. Deze afspeellijsten worden door mij standaard in de shuffle-mode afgespeeld. Zo kan het dus gebeuren, dat ik bepaalde liedjes van bepaalde cds eigenlijk nog maar nauwelijks ken, hoewel al maanden in de collectie. Dat is eigenlijk kwalijk. Nog kwalijker is het, dat ik, door het op deze manier luisteren naar muziek, de sfeer van de hele cd, waar een bepaald liedje vandaan komt, niet ken. Dat is eigenlijk jammer, kom ik nu achter.

Ik ben nu bezig om langzaam aan een inhaalslag wat dat betreft te maken. De zeven of acht cd's van Ryan Adams heb ik nu in de juiste volgorde en van voor naar achter geluisterd. Van Sufjan Stevens en Songs:Ohia ook. Ik heb mijn mening voor alle drie deels moeten herzien, nu ik hun werk eens geconcentreerd en in de juiste volgorde heb beluisterd.

Van de eerste cd's van Songs:Ohia, bijvoorbeeld, had ik in den beginne niet zo'n hoge pet op, maar nu ik ze onderworpen heb aan een grondige luisterbeurt, komen ze heel anders binnen dan eerst en oogsten ze waardering.

En zo kan ik over iedere cd die ik heb beluisterd wel een stukje schrijven. Uit volkomen enthousiasme of hartgrondige irritatie voor betreffende muziek.......

Nee...

Dan had ik maar muziekrecensent moeten worden

 

4 november 2007

Zul je net zien. Had ik juist een vlammend, goed logje geschreven....Poef! Doe ik het verdwijnen met een simpele druk op de verkeerde knop. Fijn!

Godweet zal enig overblijfsel uit de verdwenen weblog in een volgend, nog vlammender en beter log zijn plek weten te bemachtigen.

Intussen leef ik getergd verder.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.